Pennsylvania Dutch Country

"Pennsylvania Dutch Country" ( Dutch betekend hier geen Nederlands, maar Duits )  had door de Amerikaanse Revolutie een hoog percentage "Pennsylvania Dutch" inwoners. Een groot deel was religieus. Er waren Amish, Duitse gereformeerden, Mennonieten ( genoemd naar de Hollander Menno Simons ), Moravische en andere Duitse christelijke sekten. De term "Pennsylvania Dutch Country"werd gebruikt in het midden van de 20e eeuw als beschrijving van een regio met een onderscheidend "Pennsylvanian Dutch Culture". De laatste tijd is de samenstelling van de bevolking verandert en de uitdrukking wordt meer gebruikt in een toeristische context.

Info:  http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/76699-amerikaanse-revolutie.html

Amish Country

Amish Country ligt in het zuidoosten van Pennsylvania en is een zeer strenge protestantse geloofsgemeenschap. 

De Amish zijn volgelingen van de Zwitserse doperse leider Jacob Amman en werden naar hem vernoemd. Door geloofsvervolgingen in Zwitserland trokken veel Amish gedwongen naar andere gebieden. Kleine groepen kwamen in Nederland, Polen en Rusland, anderen trokken o.a. naar de Pfaltz en de Elzas.

Hun levenswijze werd echter in Europa nauwelijks getolereerd. 

In de 18e eeuw werden de Amish door William Penn overgehaald naar de Engelse koloniën in Amerika te komen, naar zijn gebied in Pennsylvania.

De Levenswijze van de Amish bevolking.

 

De Amish wijzen elke vorm van luxe af. Ze bezitten geen auto ,televisie, telefoon of andere electrische apparaten.

Ze mogen trouwens wel in de auto meerijden, zolang er iemand anders achter het stuur zit. Ook gebruiken sommigen wel een wasmachine, zolang deze maar wordt aangedreven door een generator of op benzine loopt.

Ook kunnen ze wel bellen, maar dan alleen vanuit een telefooncel.

Op het land worden landbouwwerktuigen door paarden getrokken.

 

Wat het eerste opvalt is hun kleding en hun zwarte koetsjes ( Buggies ).

 

De kleding is grotendeels volgens de oude traditie. Voor mannen en jongens zijn de kleren donker. Hun broeken worden opgehouden door bretels.

Verder dragen ze vaak een overhemd met vest of een kort zwart jasje. In de winter dragen ze zwarte breedgerande hoeden en in de zomer strohoeden.

Als de mannen getrouwd zijn moeten ze hun baard laten staan, een snor dragen is verboden.

 

De vrouwen en meisjes dragen altijd een kapje, lange rokken en lange kousen. De kapjes zijn zolang ze ongehuwd zijn meestal wit, evenals de schorten. Later wordt de kleding donkerder. Vaak hebben ze dan een zwarte hoed met een grote vooruitstekende rand die hun gezicht gedeeltelijk verbergt. Hun haren mogen ze niet laten knippen en ze hebben allemaal hetzelfde kapsel.